iPads in de klas, het 1:1 verhaal

The round pegs in the square holes

September 1980. Of ‘81. Men weet het niet meer zo zeker. Maar eenieder die ik de vraag stel, herinnert zich vooral “dat we op school altijd al met Apple hebben gewerkt.” Bij deze vaak oudere collega’s merk ik geen terughoudendheid, geen digi-angst, geen dwepen met hoe goed een klassieke scholing wel niet is – neen: mijn collega’s waren mee met hun tijd, zijn dat altijd geweest en willen dit nu ook zijn. Mijn punt: een project moet worden gedragen.

Maart 2011. Twintig jaar, een paar generaties leerkrachten, een handvol ICT-coördinatoren en een aantal directieleden later wil een jonge generatie experimenteren: wat mocht iedere leerling een tablet als leermiddel hebben? In die twintig jaar zijn we omwille van de opgebouwde knowhow, de tevredenheid en betrouwbaarheid nooit van dit pad afgeweken. De stap om dan voor de iPad te kiezen, was gauw gezet.

De iPad werd een vaste waarde in een beperkt aantal klassen en een aantal uitverkorenen, waaronder ondergetekende, mochten een aantal uurtjes per week met de iPad lesgeven. Toegegeven, de eerste keer dat ik er een zag, vond ik het ook maar een uit de kluiten gewassen telefoon, ik meen mij zelfs te herinneren dat ik het zelf ooit een gadget heb genoemd. De eerste paar lessen en weken werd de nood aan een andere aanpak hoog, maar eens zowel leerkracht als leerling de kneepjes onder de knie hadden, ging een nieuwe wereld open. Plots hadden leerlingen een oneindige bron aan informatie zomaar op hun bank liggen. Opvallend was hoe snel zij andere reflexen aankweekten: de correcte spelling van woorden werd – zonder vragen – opgezocht; notities werden gemaakt en gedeeld; opzoeken wat ze niet wisten werd een automatisme en de rijtjes banken werden eilandjes. Het was duidelijk: dit was een andere manier van lesgeven. Een die aansloot bij hun leefwereld, die een waaier aan vaardigheden integreerde, die zelfstandigere leerlingen kweekte. Toch leefde het gevoel: dit kan beter.

Maar … Een tablet is niet ontworpen om doorgegeven, uitgeleend, gedeeld te worden, zoals dit in ons testproject het geval was. Een tablet is een persoonlijke tool die naar de hand van de gebruiker moet worden gezet zodat die naar eigen goeddunken zijn school-, werk- en privéleven kan regelen. Toen we echter het Hondsrugcollege in Emmen bezochten, gingen onze ogen (en monden) open. Eén leerling, één tablet. De technische details bespaar ik u graag, maar zes uur huiswaarts rijden was voldoende om er bij aankomst van overtuigd te zijn dat dit voor ons de stap voorwaarts was.

Augustus 2012. Na de nodige ophef en tegenwind gaan we iet of wat zenuwachtig van start met de “boekenverkoop” (what’s in a name?). Ons tot in de puntjes voorbereide plan loopt gesmeerd: drie dagen en 700 geconfigureerde iPads later zijn we klaar om de week erna uit de startblokken te schieten. Het dient gezegd te zijn dat ook ons lerarenkorps een pluim verdient: zij hadden intussen al zo’n tiental nascholingen en infosessies achter de kiezen.

De vraag die ik voor ogen houd tijdens deze sessie: “wat betekent het voor het lesgeven wanneer iedere leerling een iPad heeft?”

Tijdens de sessie toon ik u een aantal concrete voorbeelden uit de lespraktijk. Zo stelt een tablet de leerkracht in staat om klassikaal en gelijktijdig te brainstormen, met inbreng van iedere leerling. Een ander voorbeeld is de mogelijkheid om op een andere manier aan vaardigheidsonderwijs te doen: niet alleen kan een luister- of kijkoefening nu ook thuis worden uitgevoerd, omwille van de integratiemogelijkheden kan een schrijf- en spreekopdracht perfect worden gecombineerd. Bij een literatuuropdracht kan door gebruik van ebooks het tekort aan eenzelfde boek worden opgelost, iedere leerling en leerkracht heeft te allen tijde een up-to-date versie van het Groene Boekje bij de hand…de lijst is eindeloos.

 

BYOD?

U kon het ongetwijfeld in meerdere krantencommentaren en lezersbrieven merken: de keuze om uitsluitend voor één bedrijf te kiezen, werd genadeloos afgestraft. Naast voorgenoemde historische reden heeft de implementatie van één specifiek toestel ook gewoon een praktische reden: het is gemakkelijker te managen.

Vanuit ICT-hoek is het betrekkelijk eenvoudig eenzelfde toestel op dergelijke schaal te beheren. Naast het initiële configureren willen we ook de leerlingen de dienst leveren hulp te bieden bij problemen, een oplossing proberen te bieden in het geval van schade of diefstal en de nodige informatie en/of tips te voorzien wanneer nodig. In een zogenaamde “bring your own device”-omgeving is het m.i. onmogelijk het volledige aanbod aan tablets op een grondige manier onder de knie te krijgen. Ook is het zo dat vele van de goedkopere tablets vaak ondermaats presteren. Het gaat dan in de meeste gevallen over een beperkte batterijduur, een minderwaardige wifi-antenne of gebrekkige software.

Wat lesgevers betreft, is het niet meer dan logisch dat iedere leerling hetzelfde handboek heeft. Vrij vertaald in ons geval: dezelfde apps of mogelijkheden. Willen deze leerkrachten het uiterste uit hun leerlingen halen, dan moeten ze ook hun mogelijkheden en dat van hun leermiddelen kennen. Ook dit is in een BYOD-setting niet zo eenvoudig.

Het aanbod van interessante onderwijsapps is immens. De betaalbaarheid voor leerlingen zorgt er echter voor dat de keuze van basisapps  vrij snel gemaakt kan worden: Keynote, PDF Expert, Pages en Numbers zijn door het gros van de leerlingen aangekocht. Daarnaast krijgt elke klas nog een reeks gratis apps aanbevolen. In de loop van het schooljaar zoeken leraren de mogelijkheden van vakinteressante apps verder uit. Het aantal betalende apps zal dan in de loop van de volgende jaren uitgebreid worden, wat reeds is aangekocht blijft natuurlijk behouden. Een aantal suggesties voor interessante apps vindt u onderaan dit schrijven.

 

(R)evolutie?

Les met een tablet is intens: niet alleen voor de leerkracht, maar evenzeer voor de leerlingen. Misschien is het nog vroeg en moeten beide partijen hun weg nog wat zoeken, maar wat mij vooral opvalt, is de hoge graad van betrokkenheid.

Leerlingen hebben veel minder de kans zich te verstoppen wanneer een vraag wordt gesteld want: alle antwoorden verschijnen tegelijkertijd (met apps als Nearpod en Polldaddy). Op elk moment van de les kunnen ze worden gevraagd hun antwoord te projecteren naar de beamer vooraan. Vaak wordt niet meer gewacht tot een ander het antwoord geeft, maar zoeken ze het meteen zelf op. De mogelijkheden die de constante aanwezigheid van Smartschool en bij uitbreiding het internet bieden naar remediëring, uitbreiding en het maken van andere taken voor andere vakken, hoeft geen uitleg.

Ook het leermateriaal zelf wordt interessanter, interactiever. Niet alleen omdat het gebruik van kleur een evidentie wordt, maar evenzeer omdat een cursus nu volgeladen kan zijn van allerhande media, hulpmiddelen en mogelijkheden. Kansen waarbij de limieten nog niet in zicht zijn. Zo kan een cursus taalbeschouwing een rechtstreekse link naar het ANS of het Groene Boekje bevatten. Met apps als Explain Everything of ShowMe Interactive Whiteboard kan de leerkracht korte instructiesfilmpjes online plaatsen die de leerlingen als naslagwerk kunnen gebruiken.

Kennis komt niet langer enkel vanuit boeken of leerkrachten, maar is ook elders te vinden. Het accent verlegt zich en leerkrachten vallen terug op een meer coachende functie. Niet alleen tijdens de les, maar ook na schooltijd (ik geloof zelfs één enkele op zondag om 23.38 u.) blijf je in nauw contact met de leerlingen. Het spreekt voor zich dat goede afspraken noodzakelijk zijn, maar toch verloopt communicatie anders (d.w.z. vlotter, vanzelfsprekender, intensiever) dan voorheen.

Komen we opnieuw de schoolmuren binnen, dan is een merkwaardige tegenstelling te merken. Het lesgeven op zich verloopt intenser, het hele gebeuren er rond verloopt in mijn optiek gemoedelijker: leerlingen lopen vrij rond in de gangen (hun lockers bevinden zich er namelijk) en ook in klas duiken hier en daar wat experimenten met schikking van banken en leerlingen op. Mits goede afspraken valt mij op dat deze manier van werken aangenamer en natuurlijker aanvoelt. Hierbij wil ik wel de kanttekening maken dat de tablet een relatief jong middel is en dat de weg naar perfect klasmanagement steen voor steen wordt geplaveid: op het moment van schrijven kunnen leerlingen nog steeds vrij tussen apps wisselen, bestaat er nog geen mogelijkheid om apps te blokkeren en is het dus aan de leerkracht om te bewaken dat het lesgebeuren vlot blijft verlopen. Maar laat ons eerlijk wezen: wie van ons heeft nooit met een geruit blad en een balpen ook OXO gespeeld?

 

Tot slot

Het grote voordeel aan pionier zijn, is dat het verhaal nog moet worden geschreven. Er was geen model om ons aan te spiegelen, wilden we onze eigenheid bewaren. Zoals ik reeds eerder aangaf, beschouw ik onze leerkrachten als een enorm dynamisch en vooruitstrevend team. Zij zijn met zijn allen bereid om de mogelijkheden van lesgeven met de tablet te ontwikkelen. Daarnaast was de keuze voor de content bij verschillende uitgeverijen een heikel punt. Waar onze Nederlandse collega’s in zee gingen met één bepaalde uitgeverij, wilden wij onze leerkrachten de vrijheid laten in hun keuze van methodes. Dit had als gevolg dat we alle uitgeverijen op dezelfde lijn dienden te krijgen, een opgave die niet zo eenvoudig bleek. Het moet worden gezegd dat allen een inspanning hebben gedaan, zij het met wisselende resultaten. Ik beschouw dit echter als een overgangsfase, waarbij we mogen veronderstellen dat de uitgeverijen – eens ze een passend businessmodel hebben uitgedacht – de mogelijkheden van een tablet en de bijpassende didactiek zullen uitdiepen. Wat betreft eigen materiaal en cursussen bereikten we een punt waarop we – voor zover ik dit kan inschatten – ver voor staan op andere gelijkaardige projecten. Enkele van onze collega’s ontwerpen zelf hun iBook, maar ook interactieve PDF-bestanden blijken een didactische schot in de roos te zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat dit project tijd nodig heeft. Tijd om te groeien, te leren, te experimenteren. Experimenteren met een leermiddel en diens vooralsnog ongekende mogelijkheden. Ik ben er evenzeer van overtuigd dat er nog hindernissen komen. Maar het voorzien, ontwijken en bij herhaling voorkomen van die valkuilen is onze taak. Op dat moment zijn ook wij aan het leren. En is dit nu net niet wat ons allen aan het onderwijs bindt?

 

Deze bijdrage verscheen in het programmaboek bij de 26ste conferentie van Het Schoolvak Nederlands  (André Mottart & Steven Vanhooren)

 

 

 

Advertenties

Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: